Gisteren was ik op bezoek bij een echtpaar dat een jaar geleden hun kind verloor. Een jaar waarin het leven gewoon is doorgegaan, terwijl voor hen tegelijkertijd niets meer hetzelfde is als daarvoor.
Ze vertelden me: “We doen elke dag ons best.”
Ik vond dat een bijzondere zin, omdat er zoveel in besloten ligt. Het leven gaat door, de dagelijkse dingen moeten gebeuren, maar ondertussen draag je iedere dag het gemis en de herinnering met je mee. Je moet opstaan, boodschappen doen, werken, afspraken nakomen en verdergaan, terwijl er tegelijkertijd een werkelijkheid in je leeft die nooit meer hetzelfde wordt.
Die dag waren ze samen op de fiets gestapt, op zoek naar Mariakapelletjes. Bij ieder kapelletje stonden ze even stil en staken ze een kaarsje aan. Ze maakten een foto, die ze vervolgens deelden in de familieapp.
Zo werd hun fietstocht niet zomaar een fietstocht, maar een manier om samen stil te staan bij wat er gebeurd was en bij wie er niet meer bij hen is. Een manier om herinneringen levend te houden en hun kind mee te nemen in hun dag, ook al is die aanwezigheid nu op een andere manier voelbaar.
Op een gegeven moment werd gezegd:
“Het helpt toch niet.”
En eigenlijk klopt dat ook.
Een kaarsje brengt hun kind niet terug. Het verdriet verdwijnt niet en het gemis wordt er niet kleiner van.
En toch gingen ze door.
Niet omdat het iets oplost, maar omdat het iets geeft wat op dat moment misschien belangrijker is: een moment om stil te staan, om te herinneren en om ruimte te geven aan wat er is.
Misschien is dat wel precies wat een ritueel kan doen.
Een ritueel hoeft niets op te lossen. Het hoeft het verdriet niet weg te nemen, een situatie niet te veranderen of een antwoord te geven op vragen waarop geen antwoord bestaat. Het kan er eenvoudigweg voor zorgen dat je even stilstaat bij iets wat belangrijk voor je is.
Mijn eigen ritueel
Zelf ga ik ook graag naar een kapelletje. Ik hou van de stilte die daar hangt, van het diffuse licht en van het eenvoudige gebaar waarmee je een kaarsje aansteekt.
Een klein vlammetje in de duisternis.
Niet om iets weg te maken. Niet om iets te veranderen. Niet omdat ik verwacht dat het kaarsje een oplossing brengt.
Maar omdat het iets markeert.
Voor mij is het in de loop van de jaren een ritueel geworden om bij bijzondere gebeurtenissen een kaarsje aan te steken. Soms wanneer er iets te vieren is, soms wanneer iets pijn doet, bij een afscheid of juist bij een nieuw begin.
Het helpt me om even stil te staan bij wat er op dat moment is.
Het is alsof ik voor een paar minuten uit de gewone wereld stap. De geluiden zijn anders, het licht is anders en er is even niets wat van mij hoeft. Ik hoef niets te regelen, niets te begrijpen en niets op te lossen. Ik mag er gewoon even zijn met wat zich op dat moment aandient.
En daarna ga ik weer terug naar de alledaagse dag. Naar de geluiden, de drukte, het licht en alles wat weer verdergaat.
Maar vaak neem ik iets mee.
Een herinnering, een gevoel, een gedachte of misschien alleen maar het besef dat iets voor mij belangrijk is.
Rituelen geven voor mij iets weer op momenten waarop woorden tekortschieten.
Een klein vlammetje
Misschien is dat ook wel wat mij zo aanspreekt in het werken met vuur.
Bij Aago staat vuur voor mij niet alleen voor kracht, energie en enthousiasme. Vuur gaat ook over aandacht. Over voelen wat er in jou leeft en ontdekken waar jij jouw energie aan wilt geven. Dat is voor mij Vuurkracht.
